Parkeerchaos is geen toeval

Wie door Zaanstad loopt, ziet het elke dag: volle straten, zoekende automobilisten en bewoners die ’s avonds rondjes rijden om hun auto kwijt te kunnen. Parkeerdruk is geen gevoel, het is een feit. En toch zien we bij nieuwe bouwprojecten keer op keer hetzelfde patroon: minder parkeerplaatsen dan woningen.

In nieuwbouwplannen worden parkeerplaatsen steeds vaker berekend op basis van optimistische aannames. Minder autobezit, meer deelmobiliteit, meer fietsgebruik. Op papier klinkt dat modern en duurzaam. In de praktijk zien we iets anders: het autobezit in Zaanstad is hoog en groeit mee met het aantal huishoudens. De auto is voor veel gezinnen geen luxe, maar noodzaak. Voor werk, voor kinderen, voor mantelzorg, voor ondernemerschap.

Toch worden projecten gepresenteerd met een lage parkeernorm. En in sommige gevallen worden zelfs minder plekken gerealiseerd dan oorspronkelijk beloofd. Het tekort? Dat lost zich volgens de plannen “in de omgeving” wel op. Maar die omgeving kampt vaak zelf al met een tekort. Het gevolg is voorspelbaar: parkeerproblemen verschuiven naar bestaande wijken. Bewoners die nergens bij betrokken waren, draaien op voor het tekort van een nieuw project.

Parkeerbeleid mag niet gebaseerd zijn op wensdenken. Het moet aansluiten bij de werkelijkheid. En de werkelijkheid is dat veel huishoudens één of zelfs twee auto’s hebben. Zeker in een gemeente als Zaanstad, waar veel mensen buiten de stad werken of onregelmatige diensten draaien. Het openbaar vervoer is belangrijk, maar niet voor iedereen een volwaardig alternatief. Deelauto’s zijn een aanvulling, geen vervanging.

Wanneer je structureel te weinig parkeerplaatsen bouwt, creëer je structureel overlast. Dat leidt tot irritatie, spanningen tussen buren en uiteindelijk tot kostbare herstelmaatregelen achteraf. Ondergrondse garages die alsnog moeten worden uitgebreid, extra parkeerregulering, blauwe zones — het zijn pleisters op een zelf veroorzaakte wond.

Democratisch Zaanstad pleit daarom voor harde, realistische parkeernormen. Normen die gebaseerd zijn op feitelijk autobezit en werkelijke mobiliteitsbehoefte. Geen papieren ambities, maar concrete cijfers. Wie woningen toevoegt, moet ook zorgen voor voldoende parkeercapaciteit. Punt.

Dat betekent niet dat we duurzaamheid loslaten. Maar verduurzaming begint met eerlijk beleid. Als je wilt dat autobezit daalt, moet je eerst zorgen voor volwaardige alternatieven. Tot die tijd moet je bouwen voor de wereld zoals die is — niet voor de wereld zoals je die hoopt dat die wordt.

Zaanstad groeit. Dat vraagt om verantwoordelijkheid. Parkeerproblemen verplaatsen is geen visie. Het is bestuurlijke gemakzucht.

Wie bouwt zonder voldoende parkeerplaatsen, bouwt het probleem van morgen.