Zaanstad groeit. Er worden duizenden woningen toegevoegd, wijken verdichten en het aantal inwoners stijgt jaar op jaar. Tegelijkertijd is ook het autobezit in onze gemeente fors toegenomen. In de afgelopen decennia groeide het aantal particuliere auto’s met ongeveer vijftig procent. Dat is geen tijdelijke piek, maar een structurele ontwikkeling. Wie mobiliteitsbeleid maakt, moet die realiteit onder ogen zien.
Toch zien we bij nieuwbouwplannen steeds vaker dat wordt uitgegaan van dalend autobezit. Parkeernormen worden verlaagd met het argument dat deelauto’s, fietsgebruik en openbaar vervoer het verschil wel opvangen. In theorie klinkt dat logisch. In de praktijk zien we iets anders gebeuren.
Neem nieuwbouwprojecten waar minder parkeerplaatsen zijn gerealiseerd dan het aantal huishoudens dat er komt te wonen. Bewoners die wel degelijk een auto hebben — vaak omdat ze buiten Zaanstad werken of onregelmatige diensten draaien — zoeken vervolgens een plek in omliggende straten. Het gevolg: parkeerdruk in bestaande wijken, irritatie tussen bewoners en een groeiend gevoel dat leefbaarheid ondergeschikt is gemaakt aan beleidsambities.
Een ander voorbeeld is de bereikbaarheid van bedrijventerreinen. Veel ondernemers zijn afhankelijk van de auto of bestelbus. Installateurs, zorgverleners, kleine bouwbedrijven — zij kunnen hun werk niet uitvoeren met een bakfiets of via het openbaar vervoer. Wanneer infrastructuur wordt aangepast zonder rekening te houden met deze realiteit, leidt dat tot omrijden, vertraging en hogere kosten. Dat raakt direct de lokale economie.
Ook het idee dat jonge generaties massaal afstand doen van autobezit blijkt genuanceerder dan soms wordt voorgesteld. Ja, in grote binnensteden daalt het autobezit onder specifieke groepen. Maar in middelgrote gemeenten zoals Zaanstad, waar veel mensen regionaal werken en voorzieningen verspreid liggen, blijft de auto voor veel huishoudens noodzakelijk.
Dat betekent niet dat we verduurzaming moeten negeren. Integendeel. Elektrisch rijden groeit, deelmobiliteit kan een aanvulling zijn en investeren in goed openbaar vervoer is essentieel. Maar aanvullen is iets anders dan vervangen. Het huidige autobezit verdwijnt niet van de ene op de andere dag. Beleid dat daarop vooruitloopt zonder realistische onderbouwing, creëert knelpunten in plaats van oplossingen.
Democratisch Zaanstad kiest daarom voor een nuchtere benadering. Nieuwbouwplannen moeten uitgaan van feitelijk autobezit, niet van wensscenario’s. Parkeernormen moeten aansluiten bij de samenstelling van huishoudens. Infrastructuur moet berekend zijn op groei, niet op hoop.
Wie de realiteit van mobiliteit ontkent, schuift de gevolgen af op inwoners. Dat zien we nu al terug in volle straten en toenemende parkeerdruk. Zaanstad verdient beleid dat uitgaat van hoe mensen daadwerkelijk leven en werken. Mobiliteit begint bij eerlijk kijken naar cijfers en gedrag. Niet bij het negeren ervan.
Dat is verantwoordelijkheid. En uiteindelijk gewoon gezond verstand.

