Meerdere woningbouwprojecten in Zaanstad lopen vertraging op of worden niet gerealiseerd volgens de planning. Democratisch Zaanstad (DZ) constateert een zorgwekkend gebrek aan ‘regie, verantwoordelijkheid en borging’. Aanleiding is onder meer de problematische situatie aan de Dr. Schaepmanstraat, waar een transformatorhuisje van Liander al jarenlang de bouw van woningen blokkeert.
Fractievoorzitter Juliëtte Rot heeft schriftelijke vragen ingediend bij het college van B&W. “Vastgestelde plannen moeten betrouwbaar en uitvoerbaar zijn voor inwoners, ontwikkelaars en de raad. Dat is nu niet het geval”, aldus Rot.
Transformatorhuisje als symbool voor groter falen
De casus op de hoek van de Dr. Schaepmanstraat en Oostzijde, recent uitvoerig belicht door het Dagblad Zaanstreek, is voor DZ het startpunt van bredere kritiek. De bouw van meerdere woningen ligt al jaren stil omdat de noodzakelijke verplaatsing van een transformatorhuisje door netbeheerder Liander werd tegengehouden. Hierdoor moesten tekeningen worden herzien, ging een appartement verloren en moest de hele vergunningsprocedure opnieuw worden doorlopen.
“Kopers zijn hun geld al kwijt, maar de bouw is nog niet in zicht”, zegt Rot. “Dit is nauwelijks te bevattten. Het college moet uitleggen waarom een omgevingsvergunning wordt verleend terwijl essentiële randvoorwaarden nog niet zijn geborgd.”
DZ vraagt zich af of dit een uitzonderlijk geval is, of dat elders in Zaanstad soortgelijke hindernissen zijn opgedoken ná de vergunningverlening.
Planologie versus uitvoerbaarheid
De fractie wil van het college weten hoe het onderscheid maakt tussen planologische haalbaarheid (mag het van het bestemmingsplan?) en feitelijke uitvoerbaarheid (kan het ook echt gebouwd worden, met infrastructuur en nutsvoorzieningen?).
“Een woningbouwplanning is alleen betrouwbaar als alle randvoorwaarden – zoals de verplaatsing van een transformatorstation – vooraf zijn geregeld. Dat is nu structureel onvoldoende geborgd”, stelt DZ.
Capaciteitstekorten op het stadhuis
Naast externe obstakels signaleert Democratisch Zaanstad ook interne problemen. De fractie vraagt het college te bevestigen dat woningbouwprojecten vertraging oplopen door capaciteitstekorten binnen de eigen ambtelijke organisatie. DZ verlangt een concreet overzicht van alle projecten met een vertraging van meer dan drie maanden die (mede) het gevolg zijn van personeelstekorten bij vergunningverlening, planvorming of projectmanagement.
“Welke projecten zijn dit, en wat is de herstelprognose? Wordt externe inhuur ingezet en zo ja, waar?”, vraagt Rot.
Specifieke knelpunten: MAAK.Zaanstad, De Hemmes en Achtersluispolder
In de schriftelijke vragen worden meerdere concrete projecten en gebieden genoemd:
· MAAK.Zaanstad (Noord, Centrum, Achtersluispolder): DZ vraagt per deelgebied naar de originele en actuele planning, de vertraging in maanden of jaren, en in hoeverre die komt door interne processen.
· De Hemmes: De fractie wil weten of deze locatie niet primair voor woningbouw wordt ingezet, hoeveel woningen daardoor verloren gaan, en hoe de gemeente dat compenseert.
· Achtersluispolder: Welke delen zijn vertraagd of uitgesloten van woningbouw vanwege behoud van bedrijvigheid, en hoeveel woningen zijn hierdoor vervallen of doorgeschoven naar latere fasen?
Regie, verantwoordelijkheid en borging
De kernvraag van Democratisch Zaanstad is of het college erkent dat gemeentelijk handelen – zoals procesinrichting, prioritering en borging van randvoorwaarden – directe invloed heeft op de haalbaarheid van woningbouwplanningen.
“In hoeverre zijn afwijkingen van de planning het gevolg van interne factoren? En welke concrete verbetermaatregelen worden doorgevoerd om herhaling te voorkomen?”, aldus de fractie.
DZ dringt aan op een volledig overzicht van alle woningbouwprojecten met een vertraging van minimaal zes maanden, inclusief oorzaken (intern/extern), verantwoordelijke afdelingen en genomen bijsturingsmaatregelen.
Democratisch Zaanstad wacht met belangstelling op de antwoorden van het college. Zodra die binnen zijn, worden ze gedeeld met inwoners en volgt waar nodig een inhoudelijke reactie.

