Raad van State bevestigt kritiek DZ op Lint Krommenie

DZ waarschuwde in maart al dat alleen een aanvullende motivering niet genoeg zou zijn. De Raad van State bevestigt nu dat de gekozen oplossing onvoldoende is.

De Raad van State heeft opnieuw uitspraak gedaan over het bestemmingsplan Lint Krommenie. De conclusie is duidelijk: de gemeenteraad heeft het eerder geconstateerde gebrek onvoldoende hersteld.

Bij het herstelbesluit van 12 maart 2026 koos de meerderheid van de gemeenteraad, samen met het college, ervoor om het bestaande bouwvlak voor de ontwikkeling aan de Noorderhoofdstraat te handhaven en vooral de motivering van het bestemmingsplan aan te vullen.

DZ vond dat onvoldoende.

Waarom noemt DZ 143AC en de Raad van State 149?

Dit kan verwarrend zijn. Het gaat om dezelfde locatie/ontwikkeling, maar in het amendement van DZ wordt het bouwvlak aangeduid met het adres 143AC, terwijl de Raad van State in de procedure spreekt over Noorderhoofdstraat 149. In amendement 26A8 heeft DZ daarom voorgesteld het bouwvlak Noorderhoofdstraat 143AC uit de verbeelding van het bestemmingsplan te verwijderen. De adressering in het amendement werd daarbij aangepast naar 143AC-149-149A t/m H-149K-149M.

Het amendement richtte zich dus niet op een andere ontwikkeling dan de ontwikkeling waarover de Raad van State uitspraak heeft gedaan.

DZ: niet alleen een betere motivering

Samen met Groep De Boer diende DZ amendement 26A8 in. Daarin werd voorgesteld het betreffende bouwvlak uit het bestemmingsplan te verwijderen.

DZ stelde dat dit bouwvlak niet voldeed aan de voorwaarden die de gemeenteraad zelf had gesteld en dat opnieuw serieus moest worden beoordeeld of de ontwikkeling past binnen het historische lint en een goede ruimtelijke ordening.

Het amendement werd verworpen.

De meerderheid van de gemeenteraad koos ervoor het bouwvlak te behouden en het eerder geconstateerde gebrek vooral met een aanvullende motivering te herstellen.

Raad van State: de reparatie is opnieuw onvoldoende

De Raad van State oordeelt nu dat ook de aanvullende motivering onvoldoende is. De raad heeft volgens de Afdeling onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de ontwikkeling zich verhoudt tot de cultuurhistorische uitgangspunten van het lint en wat de gevolgen zijn voor het woon- en leefklimaat van omwonenden.

Het herstelbesluit is daarom vernietigd.

De Raad van State heeft daarmee niet geoordeeld dat het amendement van DZ had moeten worden aangenomen of dat het bouwvlak per definitie moet verdwijnen. Maar de uitspraak laat wel zien dat de door de meerderheid gekozen herstelroute niet heeft volstaan.

DZ waarschuwde hier al voor.

Het verschil was wezenlijk:

De meerderheid: het bouwvlak behouden en de motivering aanvullen.

DZ: opnieuw naar de planologische basis kijken en beoordelen of het bouwvlak en de ontwikkeling daadwerkelijk passen binnen de uitgangspunten voor het historische lint.

DZ heeft in maart gewaarschuwd dat alleen een betere motivering niet genoeg was. De Raad van State stelt nu vast dat de aanvullende motivering inderdaad onvoldoende is.

Voor DZ staat daarmee opnieuw vast: regels en uitgangspunten voor de bescherming van het historische lint moeten niet alleen op papier bestaan, maar ook daadwerkelijk worden toegepast.